Dierenliefde en hoe het ontstond

Dierenliefde en hoe het ontstond

Ben jij een dierenvriend? Of moet je er helemaal niets van hebben? Als kind had ik niks met dieren. Ik wilde het wel, maar het was er gewoon niet.

Nooit had ik de neiging om bijvoorbeeld een hond of poes te aaien of op te pakken. Ik vond die beesten maar onvoorspelbare, enge en (uit hun bek) stinkende mormels. Ik benijdde mij vriendjes en vriendinnetjes die een aangeboren liefde voor dieren hadden. Helemaal vertederd door een nestje baby-poesjes, kroelend met hun hondje op de bank of gek van paarden. Bij mij niets van dat al. Om de een of andere reden vinden dieren mensen die niets van hen moeten hebben juist extra interessant. Dus de poes van mijn tante wilde juist op míjn schoot zitten en de hond van mijn beste vriendinnetje sprong altijd meteen tegen me op. Moet er grappig uitgezien hebben. Ik, die daar versteend zat of stond, met een blik die tegelijk angst en afschuw uitstraalde. En de eigenaar maar lachen. ‘Ja, haha grappig is dat he? Kazan/Minoes gaat juist altijd af op de mensen die hem/haar níet leuk vinden!!!’. Nou vond ik daar van alles van, maar grappig was niet een van de omschrijvingen die ik het zou geven.

Niet dat ik geen poging heb gewaagd hoor. Ik heb verschillende huisdieren de kans gegeven om mijn hart te stelen. Toen ik een jaar of 6 was hadden we een aquarium. Maar eigenlijk telt dat niet mee. Ik vond ze best mooi, maar verder kun je natuurlijk niks met vissen. Daarbij was het een hobby van mijn vader en ineens was dat aquarium weer weg. Iets met teveel dooie guppen. Nooit gemist ook. Toen kreeg ik van mijn oom Wim op de Vogeltjes markt in Antwerpen twee kuikentjes. Ik was ondertussen een jaar of 10. Geen idee wat ik ermee moest, maar ik vond ze wel grappig. We hadden nog dat lege aquarium, dus daar konden ze mooi in. Onder een lamp midden in de woonkamer. Op een bepaald moment hadden ze het niet meer zo naar hun zin, ziek of zo. Ik vond er ook allang geen bal meer aan, want wat moet je ermee? En als ze dan ineens kip zijn, wat dan??? Mijn vader bracht ze naar de buurman en hij kwam met lege handen terug met de woorden ‘Zo, die zijn uit hun lijden verlost’. Wat dat precies betekende wist ik niet precies maar ik stelde verder geen vragen. Tot zover de kuikentjes.

De volgende poging waren kwarteltjes. Geen idee hoe ik daar bij kwam. Maar ze hadden een soort van ren met een huisje in de tuin. De dingen waren zo klein dat ze door het gaas waren gekropen en naar de buren waren gerend. Wij achter die beestjes aan om ze te vangen. Maar dan moest ik ze oppakken natuurlijk. Ieuw!! Dat heb ik maar uitbesteed aan mijn buurjongen. Geen idee hoelang we ze gehad hebben, maar uiteindelijk zijn ook zij uit huis geplaatst. Nou waren onze eerdere huisdieren niet echt aaibaar natuurlijk. Dát was natuurlijk de reden dat ik nog steeds geen dierenvriend was! Logisch!

Dus kwamen er 2 dwergkonijnen. Witje en Watje. Ze zaten in een kooi op poten achter in de tuin. Ik vond het grappig hoe ze over het gras renden en dan hun achterpootjes in de lucht gooiden. Maar nog steeds wilde ik ze liever niet oppakken en al helemaal niet knuffelen. Verschonen van de kooi was een drama. Ik was banger van hen dan zij van mij. Uiteindelijk gingen ze elkaar bijten en vond iedereen het beter dat ze naar mijn neef zouden gaan. Die hadden een grote tuin met een ren waar ze lekker in konden spelen. Dahaag Witje en Watje!!!

Dan waren er nog wandelende takken. Die waren hip. ‘Iedereen’ in de klas (groep 8) had ze. Ze waren met z’n 2-en, maar toen we terug kwamen van een weekje vakantie, hadden ze ineens een stuk 40 jonkies gekregen. Wisten wij veel dat die dingen zichzelf kunnen bevruchten. Mijn moeder was zo in shock van die krioelende bak, dat ze de hele handel in de vuilnisbak kieperde. Weken later kroop er nog weleens eentje op de koelkast.

Vooruit. Nog een poging. Een cavia werd het. Had mijn vriendinnetje Esther ook en zij was gek op dat beest. Ik noemde hem Scoobie. Scoobie zat in een kooi in de woonkamer en maakte een geluid als een oordeel als hij de koelkast hoorde opengaan. Als hij aandacht wilde zette hij zijn tandjes in de kooi. En ook deze keer had ik totaal geen zin om hem op te pakken en met hem te spelen. De kooi verschonen was een heel gedoe, want waar moest Scoobie dan blijven? Van mijn moeder hoefde ik geen hulp te verwachten, want zij was net zo’n dierenliefhebber als ik. Toen uit een test bleek dat mijn vader allergisch was voor alle dieren maar het allermeest voor cavia’s, was Scoobies lot bezegeld. Ik stribbelde voor de vorm nog wat tegen ‘Ja, ja, dat zal wel, je vindt Scoobie gewoon niet lief!’, maar ik was eigenlijk opgelucht dat Scoobie weg moest. Ook weer naar de neef die mijn konijnen had gekregen. Denk ik…

En last but not least, ik kreeg een puppy! Ik was 13 of 14 en kreeg ein-de-lijk een hond!! Ik wilde eigenlijk zo’n wit whiskey hondje, maar daar moesten we te lang op wachten naar mijn zin. Toen kregen we Bobo. Een Cavalier King Charles Spaniël maar liefst. Mét stamboom. Ik vond hem leuk en lief! Ik ging met hem wandelen, ik aaide hem en kroelde met hem. Klasgenootjes kwamen onze nieuwste aanwinst bewonderen. Trots was ik!!! Maar overdag was ik naar school en pa naar zijn werk en was mijn moeder alleen met Bobo. En daar ging het mis. Ze kreeg het ernstig op haar heupen van het beestje. ‘Dan zit hij daar de hele tijd naar me te kijken als ik zit te lezen. Ik word er stik nerveus van!!!’ Uitlaten vond ze een crime en zes weken later kon ze geen ‘Bobo’ meer zeggen. Omdat mijn moeders geestelijke gezondheid natuurlijk belangrijker was dan wat voor huisdier dan ook, moest ook Bobo het veld ruimen. Geen zorgen, hij kwam terecht bij een familie die hem echt graag wilde en erg blij met hem was. En ik was niet eens zo heel erg verdrietig.

De volgende 30 jaar kwam er bij mij geen huisdier meer in! Zodra mijn dochter kon praten, wilde ze een huisdier. Een poes, hond, cavia, hamster, konijn, het kon haar niets schelen. Ze wilde een diertje. Maar moeders hield haar poot stijf. Niks geen beesten in huis! Ik ben allergisch voor alle dieren (was ik nog even vergeten te vermelden), ze maken rommel en ik draai natuurlijk voor de verzorging op. Nu niet en nooit niet!!!!

Totdat ze bijna 2 jaar geleden op haar 12e werd gediagnosticeerd met Asperger (een vorm van autisme). Ik las toen dat het hebben van een huisdier erg goed is voor kinderen met autisme. Door het aaien komen er bepaalde stofjes vrij waardoor ze zich beter en minder angstig zou voelen. Een dier is een stabiele factor in huis en ze zou iets hebben om voor te zorgen. Daarbij ‘denken’ dieren zwart/wit. Iets wat kinderen met autisme ook doen en dus herkennen in hun dier.

Toen ik van een therapeute het boekje ‘Alle katten hebben Asperger’ kreeg, was ik overtuigd. We nemen een kitten! Maar ja, als je veel van huis bent, is het beter om twee kittens te hebben. Dan hebben ze elkaar en heb je minder kans dat je meubels worden gesloopt. En zo kregen we Apple en Spoon. Broer en zus. In het begin durfde ik ze niet goed op te pakken, maar dat werd snel anders. Ondertussen hebben we ze ruim een jaar en willen we ze nooit meer kwijt. Ik praat tegen ze, knuffel met ze zoveel ze het toelaten en ik houd echt enorm van die beestjes. Ze zijn vaak stout, lopen weg, slopen onze nieuwe fauteuil, kotsen op de mat en verharen als een gek en ik vind het allemaal prima.

En het rare is, ik ben ineens vertederd door alle soorten (baby) dieren! Ik aai gevraagd en ongevraagd paarden, honden, poezen en zelfs koeien. Hele dagen kan ik op National Geografic naar dr Poll kijken. Dogwhisperer Cesar Milan vind ik een held en ik leer heel veel van ‘My cat from Hell’. Ik hoor mezelf regelmatig ‘aaaah wat lief’ of ‘oooooh wat zielig’ zeggen. Wat dat betreft ken ik mezelf niet meer terug! En om eerlijk te zijn, ben ik er blij om. Blij dat ik het gevoel van liefde voor dieren heb leren kennen.

Iemand zei weleens tegen me toen ik nog een kind was ‘Als je niet van dieren kunt houden, kun je ook niet van mensen houden’. Onzin natuurlijk. Maar ik ben het nooit vergeten. En als ik eerlijk ben, houd ik tegenwoordig meer van dieren dan van de meeste mensen. Dieren zijn echt, spelen geen toneel. Wat je ziet, is wat je krijgt. Mijn dochter is gek op de poesjes en zij op haar!  Ze herkent zichzelf regelmatig in het gedrag van Apple of Spoon. En – ik durf het bijna niet te zeggen – ondertussen is  huisdier nummer 3 gearriveerd! Een schattig rood poesje, dat van ons de naam Bubble heeft gekregen.

Dus houd je niet van dieren? Geen nood, het kan altijd nog komen. En zo niet, nou én!?

Deel dit bericht

3 gedachten over “Dierenliefde en hoe het ontstond

  1. Lieve Catelijne,
    Dieren kunnen niet met je praten. Ze kunnen echter heel goed naar je luisteren. Je moet er wel aan toe zijn om dat te (kunnen/willen) voelen.
    Wat een hilarisch beschreven ontwikkeling heb jij doorgemaakt met je “proefkonijnen”!
    En die wandelende takken, een giller! Basisschooltijd… klopt ik had ze ook even te logeren; tijdens de vakantie, want ze waren van de hele klas.

    Inmiddels heb je het toch tot een aardige beestenbende geschopt bij jullie thuis.
    Knuffel ze & veel geluk!
    ×♡×

  2. Lieve Caat.

    Alle blogs vind ik een genot om te lezen en o zo herkenbaar op sommige vlakken maar deze blog raakt me het meeste… de liefde van dieren is puur en oprecht en dat is zo mooi.
    Liefs danni

Laat weten wat je (ervan) vindt:

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *